Oudvader Porfyrios de Kavsokalivit:
biografie, leer en wonderen

Op 27 november 2013 heeft de Heilige Synode van het Oecumenisch Patriarchaat besloten tot de heiligverklaring van oudvader Porfyrios. Zijn Feestdag valt op twee december.

1-1Oudvader Porfyrios de Kavsokalivit (Bairaktaris) is een van de meest gerespecteerde asceten van de 20e eeuw. Hij onderscheidt zich door de overvloed van de door God
geschonken geestelijke gaven; zijn liefde voor God en de mensen, zijn zachtmoedigheid, zijn geduld, zijn helderziendheid en de gave van genezing. Vader Porfyrios begreep de taal van de vogels, zag het innerste der aarde en de afgrond van de zee. Hij zag oude gebeurtenissen alsof hij een ooggetuige was. Hij kon engelen en onreine geesten zien maar ook de ziel van de mens. Door zijn aanraking heeft hij vele mensen genezen, hoewel hij zelf zijn hele leven in ziekte doorbracht zonder zelf de Heer om zijn genezing te vragen.

Biografie

1-2
Oudvader Porfyrios de Kavsokalivit, voor zijn monnikswijding Evangelos Bairaktaris genoemd, was geboren op 7 februari 1906 in Griekenland in het dorp Agios Ioannis (H. Johannes) in de provincie Evia. Zijn ouders waren arme vrome boeren. Evangelos ontving zijn opleiding in de twee klassen van de lokale lagere school. Van zijn jongste kindertijd hielp hij zijn ouders met het huishouden door de schapen te hoeden en in de tuin werken. Toen de jongen acht jaar was ging hij aan de slag bij een kolenmijn en vervolgens achter de toonbank van een winkel.

In zijn jeugd leest Evangelos het leven van de heilige Johannes de Kavsokalivit. Dit maakte zo’n indruk op hem, dat hij in het geheim van zijn ouders vertrok naar de berg Athos. Daar verbleef Evangelos in de cel van de heilige Georgios in Kavsokalivia (een streek op de heilige berg Athos) in gehoorzaamheid aan twee deugdzaame en spiritueel ervaren oudvaders, die daar woonden.

Op een ochtend stuurde ze hem om hout te hakken voor de kachel. Zodoende bereikte de novice een ravijn vrij ver van de skite Kavsokaliviya waar hij woonde met zijn oudvaders. Toen de jongen hout begon te hakken gebeurde er plotseling een ongeluk doordat het handvat van de bijl afbrak. De scherpe bijl raakte zijn been en verwondde hem ernstig. Bloed spoot uit de wond. In de omgeving was er niemand aanwezig en zonder twijfel zou de jonge man aan bloedverlies moeten sterven. In levensgevaar roept hij luidskeels de Moeder Gods om hulp: “Heilige Moeder van God, help me!”. Het bloed
stopte onmiddelijk met stromen.

Evangelos werd al snel een monnik genaamd Nikita. Op een dag kwam hij vroeg naar de kerk en ging in een donkere hoek staan om te bidden. Op dat moment kwam een andere monnik, genaamd Dimitrios – een 90-jarige Russische oudvader- binnen in de kerk. Nadat hij had rondgekeken had en meende niemand te hebben gezien, begon hij te bidden en buigingen te maken. Tijdens het gebed werd deze oudvader door zulke genade vervuld dat hij terwijl hij midden in de kerk stond zich verhief van de vloer en deze niet meer aanraakte. De Goddelijke genade die naar deze heilige oudvader stroomde raakte ook de jonge monnik Nikita. Op de weg terug naar zijn cel, na de deelname aan de Heilige Communie, werd Fr Nikita hart gevuld met zoveel vreugde en liefde tot God, dat hij zijn handen naar de hemel uitstrekte en luid riep: “Eer aan U o God! Eer aan U o God! Eer aan U o God!”

Hij wilde zijn verdere leven op de berg Athos blijven wonen, maar de Heer beschikte anders. De negentienjarige Nikita kreeg longontsteking, die in in pleuritis overging. Zijn oudvaders gaven hem de opdracht om Athos te verlaten en zich hiervoor te laten behandelen. Na afloop van de behandeling voelde hij zich beter en keerde terug naar de plaats van zijn geloften. Echter manifisteerde de ziekte zich wederom en zijn oudvaders begrepen dat het klimaat op de berg Athos hun leerling zou kunnen doden. Zo stuurde ze hem weg en gaven hem geen zegen om nog naar de Heilige Berg terug te keren.

1-3Zo verliet vader Nikitas de Athos en vestigde zich in
het klooster van St. Charalambos in Levkon, in d e b u u r t v a n z i j n g e b o o r t e d o r p . O p
eenentwintigjarige leeftijd werd Nikita tot priester g e w i j d d o o r d e aartsbisschop van de Sinaï, Porfyrios (de derde), die hem tevens zijn eigen nieuwe naam gaf. Kort daarna werd vader Porfyrios, ondanks zijn jonge leeftijd, door de Metropoliet Panteleimon van (Karistsky ?) benoemd tot monastieke biechtvader. Deze opdracht heeft vader Porfyrios in gehoorzaamheid uitgevoerd in het klooster van de heilige Charalambos tot 1940. Veel van de lokale bewoners kwamen ook tot hem op zoek naar genezing van hun geestelijke wonden. Vader Porpgyrios diende onvermoeibaar God en de mensen. In rijen wachtten de mensen op hun beurt, omdat de biecht uren duurde uren zonder onderbreking. En zo ging het dag in, dag uit. Voor zijn onvermoeibare werk ontving vader Porfyrios in 1938 de rang van archimandriet.

Vader Porfyrios met zijn geestelijke kinderen

In 1940 verhuisde vader Porfyrios naar Athene waar hij werd benoemd tot parochiepriester in de kerk van de heilige Gerasimos in het ziekenhuis van Athene. 1-4In de drieëndertig jaar dat vader Porfyrios in deze plaats diende heeft hij duizenden mensen geholpen innerlijke rust te vinden en velen van hen genas hij met de genade van God van allerlei ziekten. Na zijn pensionering is vader Porfyrios blijven dienen en de biecht horen in de oude verlaten kerk van de heilige Nicolaas in de buurt van Pendeli tot 1978. Toen hij een hartaanval kreeg woonde hij een aantal maanden bij vrienden in Athene om zich vervolgens in 1979 te vestigen in het gebied van Miles, waar hij een dependance met een kerk bouwde ter ere van de Transfiguratie van de Heer.

Vader Porfyrios heeft nooit de hoop opgegeven om ooit terug naar de berg Athos te keren. Toen hij in 1984 vernam dat de laatste bewoner van ‘zijn’ vroegere cel van de heilige Georgios vertrok om in een klooster verder te leven, haastte hij zich naar de Heilige Berg. De Heer liet de gekoesterde wens van Zijn trouwe dienaar in vervulling gaan, en de laatste twee jaar van zijn leven bracht de oudvader door op de berg Athos.

In die periode sprak hij vaak over hoe wij ons moeten verantwoorden op het het Laatste Oordeel. Hij herinnerde zich een geschiedenis uit het Patericon waarin een zekere oudvader, die de dood voelde naderen, zich voorbereide door voor zichzelf zijn graf te graven terwijl hij tegen zijn leerling zei: “Mijn zoon, door de gladde rotsen en de gevaarlijke route kan je je verlammen als je besluit om mijn lichaam naar het graf te dragen. Laten we er dus heengaan zolang ik nog steeds kan lopen.” De leerling, de oudvader aan de arm nemende, leidde hem naar het graf. Daar aangekomen ging de oudvader in het
voorbereide graf liggen en gaf zijn ziel terug aan God.

1-5Op verzoek van de oudvader zelf werd er in de buurt van de cel voor
hem een graf gegraven. Op de laatste avond van zijn aardse leven heeft de oudvader nog gebiecht, waarna zijn leerlingen de canon begonnen te lezen van de uitvaart van de ziel, en daarna baden zijn met het gebedssnoer de regel van het grote monniksschima.

De laatste woorden van de oudvader waren die uit het Evangelie: “Opdat zij allen één zijn.” Toen fluisterde hij bijna onhoorbaar: “Kom tot mij” en gaf de geest. De Heer nam zijn heldere ziel om 04:31 op de tweede december van het jaar 1991 tot zich

Wonderen

God bestaat

Oudvaders Porfyrios de Kavsokaliviet
en Païsios van de Heilige Berg
Deze laastse bekende – onlangs ook heilige
verklaarde – oudvader Païsios
heeft over de geestelijke gaven van vader Porfyrios
het volgende gezegd;
“Hij ontvangt alles in kleur, ik zie slechts in zwart-wit”

Voor enige tijd woonde er samen met de oudvader een professor in de theologie in het klooster. Deze was veel jonger dan de oudvader en was tevens zijn geestelijke kind. Op een dag stelde de professor voor om te discussiëren over het bestaan van God. Nadat ze dit onderwerp vanuit alle mogelijke invalshoeken besproken hadden kwamen ze tot de conclusie dat God bestaat. De jonge professor wendde zich vervolgens tot de oudvader met een ongewoon verzoek. Hij vroeg of deze na zijn dood zich aan de professor kon laten zien om hem te vertellen of er een God is. In reactie daarop vroeg de oudvader
waarom de professor er zo zeker van was, dat hij degene zou zijn die het eerste zou sterven? Hierop antwoordde de jonge man dat de oudvader wel meer dan twee keer zijn leeftijd had en dat natuurlijk diegene die ouder is, het eerste zou sterven. Maar door de Genade Gods wist vader Porfyrios echter dat
de professor eerder zou sterven, en wel binnenkort. Dit zei de oudvader niet, maar hij beloofde dat hij na zijn dood zou komen om te zeggen dat of God bestaat. Dezelfde belofte maakte de professor aan de oudvader in het geval dat deze eerder zou sterven.

Na een tijdje verliet de professor het klooster en vertrok naar de stad. Er ging minder dan een jaar voorbij sinds de oudvader en de professor van elkaar afscheid hadden genomen. Tijdens een van de Hoogfeesten waren oudvader Porfyrios en de broeders bezig met de voorbereidingen voor de feestelijke maaltijd, toen er een man van een nabijgelegen dorp naar het klooster kwam en zei dat de professor overleden was. ’s Avonds na een lang gebed deed vader Porfyrios het licht in zijn cel uit en probeerde wat te rusten. Plotseling klonk er in de duisternis een stem als van een donderslag gepaard door onbegrijpelijke lawaai: “God bestaat! God bestaat! God bestaat!” Het was de stem van professor die dit drie maal herhaald had! In vrees knielde de oudvader neer en begon te bidden voor de ziel van de ontslapene tot in de ochtend. Hoe kan men na zoiets nog twijfelen aan het bestaan van God.

De bron

In een bergdorp was er geen water. De dorpelingen hadden een beroep gedaan op verschillende instanties en betaalden daar zelfs geld voor, maar alles tevergeefs. Iedereen was het er over eens – in die grond zat geen water. Zo waren de dorpelingen gedwongen om regenwater op te vangen. Er leefde in het dorp echter ook een geestelijk kind van oudvader Porfyrios en deze wist over zijn vermogen om water te vinden. Hij vroeg aan de oudvader om hen met dit probleem te helpen. De oudvader zei direct dat er in het dorp wel goed drinkwater te vinden was en wees de plek aan op de kadastrale tekeningen van het dorp. Na aandringen kwam de oudvader zelf mee naar de plek en gaf precies aan waar het water zat en op welke diepte. En inderdaad, toen men daar begon te zoeken op de aangegeven
diepte, vond met het water direct, wat helder en puur was!

Het gevolg hiervan was dat alle mensen van het dorp de oudvader een heilige en een profeet begonnen de noemen. Iedereen wilde hem aanraken of zijn handen of voeten kussen. En alle dorpelingen vechtten erom wie de oudvader mee naar huis mocht nemen om hem te vergasten. Vader Porfyrios was door al dit eerbetoon erg overstuur en stond erop om het dorp onmiddellijk te verlaten. Als bij toeval ging er net een bus naar Athene waarmee hij kon vertrekken. Toch lukt het vader Porfyrios slechts met grote moeite om uit de omhelzingen van de dorpelingen te ontsnappen; ze probeerden hem nog bij zich te houden maar hij vertrok alsnog in de bus. En het is hier dat na zoveel
dankbetuigingen en eerbied te hebben ontvangen, de oudvader grondig op de proef werd gesteld.

De busconducteur, die geen gelovige was, begon oneerbiedige grappen over de monnik te maken waarover de niet-Kerkelijke passagiers ook moesten lachen maar waaraan de gelovigen zich
ergerden. Zo werden de buspassagiers verdeeld in twee kampen namelijk voor en tegen de oudvader. Het lawaai en de onrust dreigden over te gaan tot een handgemeen. De conducteur bleef maar olie op het vuur gooien maar hoewel de oudvader erg overstuur was, probeerde hij toch om aan dit alles te negeren. Toen de bus een korte stop maakte opdat de passagiers een beetje rust konden krijgen, liep de oudvader naar de conducteur toe en sprak: “Wellicht is het helemaal niet zeker dat ik water kan vinden, maar iets anders weet ik wel en dat is dat jij aan syphilis lijdt. Wees daarom voorzichtig en trouw nu nog niet omdat je anders je vrouw en je kinderen zou kunnen besmetten. Ga verder met je behandeling en als je volledig hersteld bent kan je trouwen.” De conducteur was sprakeloos bij het horen van deze woorden. Omdat hij de rest van de reis ook bleef zwijgen, verliep de rit rustig zonder verder incidenten.

Het overlijden van moeder

In een Atheense polikliniek lag al enkele dagen de zieke moeder van oudvader Porfyrios. De artsen vertelden hem dat ze aan het herstellende was, maar door de genade van God voorzag vader Porfyrios dat ze niet levend het ziekenhuis zou verlaten. Op een dag kwam de jongere broer van de oudvader Antonios (deze overleed een jaar eerder dan vader Porfyrios) op bezoek bij zijn zieke moeder. Toen hij de artsen naar de gezondheid van zijn moeder vroeg, antwoordden de artsen: “Zeer goed! Morgen zal ze worden ontslagen uit het ziekenhuis, en vanavond zullen we een rapport aangaande het verloop van haar ziekte voorbereiden.” Anthony, op wie vader Porfyrios erg gesteld was, kwam gerustgesteld thuis. Plotseling ging de telefoon. Het was de oudvader. Hij vertelde Anthony dat deze onmiddellijk naar het ziekenhuis moest gaan, omdat moeder anders zou overlijden en zij dan haar zegen niet hadden kunnen ontvangen. Hierop antwoordde Antonios dat hij net terug was uit het ziekenhuis,
en dat de artsen hem verteld hadden dat morgen moeder thuis zou komen. Maar vader Porfyrios bleef aandringen. En inderdaad, zodra ze aankwamen bij de kliniek, had moeder nauwelijks nog tijd om hen te zegenen en de Heer riep haar tot Zich. Bovenstaande bevestigde wederom vader Porfyrios’ gave van helderziendheid.

Genezing

De oudvader kon door zijn aanraking zieken genezen. Op een dag kwam hem een dokter met zijn echtgenote bezoeken. Tijdens hun gesprek stelde het echtpaar verschillende vragen die hen bezighielden en na geruststellende antwoorden van de oudvader te hebben ontvangen, wilden ze afscheid nemen. Maar oudvader Porfyrios, met de gebruikelijke vaderlijke glimlach op zijn gezicht, pakte de hand van de vrouw vast, net op de plaats waar ze ernstige pijn had. De oudvader wist niets over de ziekte, die zij lang geprobeerd had te behandelen met injecties en zware geneesmiddelen. Toen vader
Porfyrios haar hand pakte, voelde ze een warmte die zich over haar hele lichaam verspreidde en haar lichtjes deed duizelen. Maar dit gevoel verdween direct daarna en daarmee ook de pijn zelf in de hand.
Huilend vroeg de vrouw aan de monnik: “Ook dit was u bekend oudvader?” En vanaf die dag kon ze haar medicatie weggooien en hoefde ze ook niet langer een beroep op artsen te doen.

Vader Porfyrios genas niet alleen mensen maar ook dieren. Op een zekere zondagmiddag in Noord-Evia, waar hij tijdelijk op retraite was, gebeurde er het volgend. Een vrouw die voor de geiten zorgde vroeg de oudvader voor haar kudde te bidden omdat deze aan een onbekende ziekte leden. Vader Porfyrios stemde in en begon met opgeheven handen, terwijl hij voor de geiten stond, verschillende verzen uit de psalmen te citeren die betrekking op dieren hadden. Niet een van de geiten bewoog. Toen de oudvader klaar was met zijn gebed en liet zijn handen liet zakken, kwam er uit de kudde geiten een bok naar voren, ging naar de priester toe en kuste zijn hand waarnee deze zich rustig in de kudde terugtrok.

God weet alles

Op een dag was de oudvader samen met drie van zijn geestelijke kinderen op weg naar huis, maar waren ze dusdanig moe dat ze besloten een taxi naar het klooster terug te nemen. Juist op dat moment verscheen er in de verte een taxi. De drie metgezellen van de oudvader wilden deze aanhouden maar de oudvader zei: “Maak je geen zorgen, die stopt vanzelf wel. Maar als we plaats nemen, moeten jullie niet met de chauffeur spreken, dat zal ik wel doen.” Zo gebeurde het precies; de taxi stopte bij hen, hoewel ze geen gebaar hadden hoven maken en ze namen allemaal plaats waarna de oudvader zei waar ze heen wilden. Ze waren nog niet vertrokken of de taxichauffeur begon een tirade tegen geestelijken en over alle doodzonden waaraan zij zich zouden beschuldigen. Elke keer als hij een lading beschuldigingen afvuurde, wendde hij zich vervolgens om tot zijn passagiers achterin (daar zaten de geestelijke kinderen van de oudvader) met de woorden: “Is het niet zo jongens? Wat hebben jullie
daarop te zeggen?” Maar zij blijven uit gehoorzaamheid stil. Toen de taxichauffeur besefte dat zijn passagiers niet van plan waren om te antwoorden, wendde hij zich tot de oudvader en vroeg: “En wat zeg je daar allemaal van vadertje? Nou, alles wat de kranten schrijven – da’s allemaal waar toch, is het niet?” De oudvader antwoordde: “Mijn zoon, ik zal je een kort verhaal vertellen. Ik vertel het maar een keer, je hoeft het geen tweede keer te horen. Er woonde eens iemand in …. (hij noemde de plaats). Deze man had een buurman die een veel land in zijn eigendom had. Op een nacht doodde deze man zijn buurman en begroef hem in de grond. Daarop nam deze man, met behulp van vervalste documenten, bezit van het land van zijn dode buurman en verkocht het. En weet je wat hij kocht met het geld? Een taxi.” Zodra de taxichauffeur het verhaal had gehoord begon hij te beven en zette de taxi aan de kant van de weg terwijl hij schreeuwde: “Zwijg man! Alleen jij en ik weten hiervan!” “God weet hier ook over”,zei vader Porfyrios, “en Hij zei het tegen mij waarop ik het aan jou gaf. Let op, bekeer jezelf en corrigeer je leven.”

Over oudvader Porfyrios en dat de doden bij God levend zijn

Toen oudvader Porfyrios tot zijn Maker terugkeerde, bevond zich één van zijn geestelijke kinderen zich voor zijn werk in een stad buiten Athene en wist niets over het heengaan van de priester. Bij zijn terugkeer naar de hoofdstad kreeg de man te maken met bepaalde problemen binnen zijn familie, en zoals altijd, besloot hij oudvader Porfyrios om advies te vragen. Hij pakte de telefoon, draaide het nummer en hoorde aan de andere kant van de lijn de stem van de oudvader. Hij begroette deze en vroeg om zijn zegen en begon hem te vertellen over zijn behoeften. De oudvader luisterde naar hem en gaf hem daarna enkele waardevolle adviezen. Opgetogen zei zijn geestelijke zoon: “Zodra ik vrij kan nemen, kom ik u bezoeken vader,” waarop de oudvader hem antwoordde: “Bel mij niet meer mijn zoon, want ik ben reeds gestorven.”

Maar God is niet een God van doden maar van levenden, en wij geloven en weten dat oudvader Porfyrios levend bij God is en onze gebeden hoort en een voorbidder is voor ons zondaars bij de troon van God.

Uitspraken en raadgevingen

Bescherm uw geestelijke lamp

De oudvader had aan een van zijn geestelijke kinderen voorzegd dat deze nog een x-aantal jaren zou leven. Toen deze man riskeert zijn gezondheid, de oudste zei dat hij kon sterven. Op de raadselachtige vraag hoe dit verenigbaar is met de eerdere voorspelling, de oudste antwoordde: “Wat ik je verteld waar is. Er is niets veranderd. Lampolie heeft jouw leven voor zo vele jaren als ik u heb verteld. Maar als je het beschadigen, zal de olieramp en de lamp uit te gaan! Zo is het leven!
God geeft ons de gave van het leven is kostbaar; we accepteren het en moet worden beschermd, niet in gevaar komt, naast zinloos.”

Geen ruzie in bijzijn van kinderen

 — Laat uw kinderen nooit hoeven horen hoe ouders vechten met elkaar … zelfs niet eens dat jullie je stem tegen elkaar verheffen!

 — Maar is dit wel mogelijk Geronda (oudvader)?

 — Natuurlijk, het is mogelijk! Let daarom heel goed op mijn woorden: nooit ruzieën waar de kinderen bij zijn … Nooit!

Als we eens wisten hoe zeer Christus ons liefheeft!

De Heer laat ons nooit ergens in de steek. Vanaf het moment dat hij naar de aarde afdaalde en geboren werd uit de maagd Maria en Mens geworden is, is Hij altijd bij ons. Als we wisten hoe Christus ons liefheeft, en zagen wat Hij voor ons doet, dan zouden wij door grenzeloze vreugde van onscherpte voor de geest. We zouden zijn gebleven in zijn armen, en we zouden zijn geweest om wat niet het geval was. “Liefde van God moet oneindig zijn” Onze liefde voor God, mijn kind, moet oneindig zijn, het moet niet worden gefragmenteerd in gehechtheid aan verschillende dingen. Hier is een voorbeeld: een man, laten we zeggen, een enkele batterij specifiek energieverbruik. Als hij zal verkwisten die energie over diverse zaken die niets met de liefde van God, die nog in het voor de
liefde van de lading zeer klein zal zijn, kan vaak zelfs vrij verwaarloosbaar. Als we al onze energie te richten op God, dan is dat geweldig is onze liefde voor Hem.
Laat ik een ander voorbeeld van dit geven.

Er was eens een meisje dat zeer verliefd raakte op een jongeman Nikos genaamd. Elke nacht werd ze wakker en zonder dat haar ouders het merkte, sprong zij uit haar raam op de straat. Blootsvoets en zonder aandacht te schenken aan de pijn, -van de scherpe steentjes die in haar voeten sneden-, rende ze door het veld om haar geliefde te onmoeten. Wanneer ze dan weer thuiskwam, leek het haar alsof Nikos steeds in haar buurt was. Waar ze ook mee bezig was, steeds was Nikos naast haar, en zij zag hem. Op die wijze, mijn kind, moet jij ook uit alle macht naar God streven. Je geest moet altijd in Hem zijn, want dat is nu juist wat God verlangt.

Bid om geduld

Je moet er niet om bidden, dat God je bevrijdt van al je verschillende ziekten, maar dat je met behulp van het Jezusgebed, in een geduldige gesteldheid verkeert, en vrede verwerft. Dat zal je zeer groot nut geven.

Vraag God niet om je lijden vanwege allerlei ziektes te verlichten, dwing Hem daartoe niet in je gebeden. Maar verdraag je kwalen met onveranderlijke standvastigheid en geduld, en je zult zien, welk een groot nut je daardoor dan zal ontvangen.

Als gevolg van kanker is de hemel vol geraakt

Tijdens een gesprek met zijn geestelijke kinderen, zei de Oudvader eens: “Er is voor kanker een zeer eenvoudig geneesmiddel. De artsen gebruiken dat middel dagelijks, het is voortdurend binnen hun bereik, mij is dit bekend dankzij Gods genade. Maar God openbaart hun dit middel niet, omdat tengevolge van oncologische ziekten het paradijs de laatste tijd vol is geraakt.

Je moet de Heilige Schrift meer lezen.

Je behoort de Heilige Schrift voortdurend te lezen, om de weg der waarheid juist te bewandelen, alsook de Heiligenlevens en andere kerkelijke boeken. Als je tijdens het lezen onder de indruk raakt van een bepaald woord of gedachte uit het gelezene, stop dan met lezen, en houd dit langer vast en denk er goed over na. Je zult dan weldra merken, dat dit je een groot nut brengt.

Lees meer, zodat je geest verlicht wordt. Jullie mogen wel weten, dat ik zelf zeer veel heb gelezen. Ik klom met behulp van een eigengefabriceerd laddertje hoog in een boom, zodat niemand mij kon lastigvallen. Als ik eenmaal boven was, hees ik het laddertje omhoog, zodat niemand iets zou merken of me lastig zou vallen. En op die manier kon ik urenlang aandachtig lezen en nadenken over wat ik gelezen had.

De biecht is een goddelijke liefdesgave voor de mens.

De biecht is een van de wegen waarover de mens zich naar God beweegt. Het is een goddelijke liefdesgave voor de mens. Niets of niemand kan de mens deze liefde ontnemen.

Wie geen berouw toont, gaat verloren.

Oudvader, zeg een woord tegen mij voor het nut van mijn ziel.
Wie geen berouw toont, gaat verloren. Ik herhaal het je nogmaals: wie geen berouw toont, gaat verloren.

Wie omwille van Christus is gestorven, voor hem is er geen dood.

De verlossing is in de Kerk!, zo zei de oudvader ons telkens. Wie deel uitmaakt van de Kerk, die vreest de tweede dood niet! Voor wie zich bevindt in de Kerk van Christus, is er geen dood. Het orthodoxe geloof is volmaakt, daarin is geen onvolmaaktheid!
Er is geen dood! Wees niet bevreesd voor de dood! Voor wie omwille van Christus is gestorven, bestaat er geen dood. Maar als je niet omwille van Christus bent gestorven, sterf dan maar!

Hoe moet een beginneling bidden?

Op de vraag van een broeder over hoe een beginneling behoort te bidden, antwoordde de oudvader: Een beginneling moet de Heiligenlevens lezen en het Nieuwe Testament.”

Onderricht voor vrouwen die in verwachting zijn.

De oudvader adviseerde een zekere kinderarts: “Je moet tegen vrouwen zeggen, dat zij zich ervan bewust moeten zijn, hoezeer God hen hoogacht, omdat zij het moederschap waardig zijn geacht. Vanaf het moment van de conceptie dragen zij een tweede leven in zichzelf. Laten zij praten met hun baby, over hun buik aaien om hem te liefkozen. Op een bepaalde verborgen wijze voelt het kind dit allemaal.
Moeders moet liefdevol bidden voor hun kinderen. Een kind dat al geboren is of zich nog in de moederschoot bevindt, bemerkt het gebrek aan moederlijke liefde, de nervositeit van de moeder, haar woede, haat en krijgt wonden, waarvan hij de gevolgen gedurende heel zijn leven zal ondervinden.
Heilige gevoelens van een moeder en haar heilig leven, heiligen een baby vanaf het moment van de conceptie. Niet slechts moeders, maar ook vaders moeten goed onthouden wat ik zojuist gezegd heb.

Verleen ook zulke hulp.

Indien je kunt, help dan ook materieel. Maar help degenen die zich naast je bevinden ook nog op deze wijze: praat met hen, luister naar hen, wanneer zij iets willen vertellen aan jou over hun moeilijkheden, hun leed willen uiten, ga naast hen zitten, zodat zij zich niet eenzaam voelen.

Tollenaars en zondaressen zullen u voorgaan in het Hemels koninkrijk

Oudvader Porfirius zei dat een mens zijn eigen zondige en armzalige morele niveau moet inzien om nederigheid en medelijden te verwerven tegenover andere zondaars. Daarom zei Christus ook, dat zondaars en zondaressen de anderen in het Hemels Koninkrijk zullen voorgaan onwille van hun berouw en nederigheid. De oudvader wilde geen beschuldigende woorden over zondaars horen. Hij zei: Mensen die wij betitelen als tollenaars en prostituees, zijn voor God gevangen-genomen dieven, terwijl jullie en ik de niet-gevangen dieven zijn. Een gevangen, vernederde dief, of een bij ieder bekende, en met schande overladen prostituee, die echter nederig zijn geworden en berouw hebben getoond, zijn veel meer dan wij, die wel een goede naam hebben, maar die een voor allen twijfelachtig en onbekend leven leiden.

Kinderen hebben aan weinig woorden genoeg.

Moeders kunnen zich ongerust maken, raadgeven, veel praten, maar bidden kunnen zij niet. Vele adviezen en aanwijzingen berokkenen schade. Kinderen hebben aan maar weinig woorden genoeg. Woorden komen terecht in de oren, maar gebed in het hart. Gebed moet in geloof worden beoefend, zonder spanningen, maar gaat ook samen met een goed voorbeeld.

Hoe moet men over geloof spreken.

Tijdens gesprekken moet men niet teveel zeggen over religie, dan zult u overwinnen. Laat de ander die een andere mening heeft, zich uiten, praten en nog eens praten….. Laat hem merken dat hij een rustig mens tegenover zich heeft. Reageer op hem met behulp van voorkomendheid en gebed, en zeg pas later enkele woorden. U zult niets bereiken, als u op scherpe toon spreekt, en bijvoorbeeld zou zeggen: “ Je liegt!” Welk gevolg heeft dit namelijk? Jullie zijn als schapen tussen de wolven. (Mt. 10:16) Wat moeten jullie doen? Van buiten moeten jullie onverstoorbaar zijn, en van binnen moeten jullie bidden. Weest bereid, weest onderricht, jullie moeten durven, maar met heiligheid, zachtmoedigheid en gebed. Maar om zo te kunnen handelen, moeten jullie heilig zijn.”

Niet uit gewoonte

Wees aandachtig, maak ontvang de Heilige Communie niet uit gewoonte. Nader iedere keer tot dit Mysterie, alsof je er voor de eerste keer aan deelneemt, en tegelijkertijd alsof het je laatste Communie zal zijn voor je dood.

Wanneer heeft de Wederkomst plaats?

Op een keer werd de oudvader gevraagd: “Oudvader, er wordt de laatste tijd veel gesproken over het getal 666, over de komst van de antichrist, die nadert; sommigen beweren zelfs, dat hij al gekomen is, zij hebben het over de electronische afdruk op de hand of op het voorhoofd, over de botsing tussen Christus en de antichrist, en over de ondergang van de laatstgenoemde, en over de wederkomst van de Heer. Wat kunt u hierover zeggen?
De oudvader antwoordde: Wat valt hierover te zeggen? Ik zeg niet dat ik de Moeder Gods gezien heb, dat er oorlog zal komen of iets dergelijks. Het is mij bekend dat de antichrist zal komen, dat de wederkomst van Christus zal plaatsvinden, maar wanneer, dat weet ik niet. Morgen? Over duizend jaar? Ik weet het niet. Het verontrust mij ook niet. Want ik weet dat op het uur van onze dood voor een ieder van ons de wederkomst van de Heer aanbreekt. En dat uur is reeds vlakbij.”